Shotokan is de eerste en meest beoefende stijl van het moderne karate. Shotokan karate omvat lage standen en harde technieken. Verder wordt er veel geoefend op kihon (basisoefeningen), kata en kumite.
Het moderne Shotokan Karate stamt uit Okinawa, een Japans eiland. In Okinawa bestond al sinds 1470 een verbod op wapenbezit. Chinese gevechtsvormen, zowel met als zonder wapens, werden geïntroduceerd en in de loop der tijd aangevuld met technieken uit andere Aziatische landen met een gevechtstraditie. Het Tode of Te, de gevechtstechniek op Okinawa, bestond uit een ongewapende vorm (het latere Karate) en een gewapende vorm (het Okinawa Kobudo). Alles werd in het geheim beoefend tot 1875 toen Okinawa een officieel deel werd van het Japanse keizerrijk. Dit hield tevens in dat de inwoners van Okinawa dienstplichtig werden en bij de keuringen hiervoor viel hun goede lichamelijke conditie op, die verkregen was door Tode. De Japanse regering was onder de indruk en gaf toestemming het Tode te onderwijzen op scholen in het gymnastiekprogramma. Omstreeks 1912 kregen officieren van de Japanse vloot karatetraining in Okinawa. In 1922 nodigde het Japanse Ministerie voor Onderwijs een karate-jutsu-expert, Gichin Funakoshi, uit om een demonstratie te geven. Hij gaf verschillende demonstraties aan universiteiten.